What’s in a name 2
vrijdag 22 november 2013

In een eerder blog hebben we het gehad over de split profession, het onderscheid dat vooral in common law landen wordt gemaakt voor verschillende soorten advocaten. In Nederland hebben we niet zoiets als een split profession. We kennen natuurlijk wel het onderscheid tussen notarissen en advocaten (en ander juridisch gespuis maar dat laten we even buiten beschouwing), maar dat onderscheid valt uitdrukkelijk niet onder de split profession zoals die voor de common law is gedefinieerd. Het onderscheid tussen advocaten en notarissen is overigens wél heel gebruikelijk bij de meeste landen met een civil law rechtssysteem.
Dus hoe noemt een Nederlandse jurist zich nu in het Engels? Het vertalen van notaris is eigenlijk de makkelijkste want daarover is men het over algemeen wel eens. Een Nederlandse (of buitenlandse notaris in een ander civil law rechtssysteem) moet zich onderscheiden van zijn collega de notary public, functionarissen (meestal juristen in een common law rechtssysteem) die documenten zoals getuigenverklaringen notarieel kunnen bekrachtigen. Dat onderscheid kan heel goed worden gemaakt met de term civil-law notary of civil law notary. De verwijzing in de naam naar civil law is al voldoende om aan te geven over wie we het hier hebben.
Voor advocaten is het iets ingewikkelder. Attorney(-at-law), barrister of sollicitor (als vertaling van advocaat) verwijzen naar buitenlandse rechtssystemen waarin dus ook de functieomschrijving van deze juristen is bepaald. Alleen daarom al voldoen ze niet als omschrijving van Nederlandse juridische functionarissen. De meeste advocaten zullen er echter ervoor terug schrikken om zich barrister of sollicitor te presenteren. De woorden voelen ‘te Brits’ aan (dat komt ervan als je al die rechtbankseries kijkt).

Diezelfde advocaten hebben vaak echter geen moeite met attorney(-at-law) terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Een attorney(-at-law) oefent zijn beroep uit in de Verenigde Staten en het Amerikaanse recht bepaalt ook zijn bevoegdheden. Om je hier in Nederland een attorney-at-law te noemen terwijl je advocaat bent, suggereer je dat je ook testamenten en transportaktes opstelt (zie blog What’s in a name 1). En hoe moet de klant nu weten dat daarvoor weer iemand anders in de arm moet worden genomen? En als je, met recht, je zelf geen barrister of sollicitor wil noemen omdat dat juridisch onjuist is, waarom dan wel attorney(-at-law)?

Terwijl het eigenlijk zo eenvoudig is: neem het Nederlands recht en de Nederlandse situatie als uitgangspunt. Noem jezelf advocate en dan weet iedereen waar je het over hebt. Dit woord is een gebruikelijke term die in het Engelse recht wordt gebruikt voor mensen (meestal barristers of sollicitors) die bevoegd zijn om in de rechtbank het woord te doen. Nu is deze definitie voor ons niet direct relevant (wij gingen immers uit van het Nederlandse recht), maar hiermee wordt wel aangegeven dat deze term in een juridisch context passend is.

Antoinette Dop