Over het Nederlandse goederenrecht, juridisch Engels en het Romeinse recht
vrijdag 4 april 2014

De aanleiding was een pandakte. Een collega had gevraagd of ik een vertaling van een pandakte wilde maken. Ze was er zelf aan begonnen maar raakte langzaam maar zeker really and totally freaked out. Nu kende ik haar als iemand die snel van haar à propos was, maar toen ik het stuk zag kon ik me wel iets voorstellen bij haar paniek.

Een jurist ziet een pandakte als de bron van afspraken over het pandrecht. Dat betekent dus veel uitweidingen over het goed en wat daar zoal mee kan gebeuren in juridische zin. Veel goederenrecht dus. Voor een vertaler echter is zo’n pandakte een verzameling termen met een al dan niet wettelijke definitie en een hoog abstractiegehalte. Smullen dus, want ik had dit niet eerder gedaan.

Maar na een uur of wat was mijn oorspronkelijke enthousiasme bekoeld. De reden was dat de strategie die ik vaak het eerste toepas, namelijk zoeken naar Engelse equivalenten aan de hand van rechtsvergelijking, in dit geval werkelijk helemaal niets opleverde. En tegen die tijd was mij ook duidelijk geworden hoe dat kwam: het goederenrecht van de common law heeft zo’n afwijkende ontwikkeling doorgemaakt in vergelijking met het continentale goederenrecht dat er weinig hoop was op een vertaling. Er viel simpelweg niets te vergelijken.

Terug bij af dus. In een uiterste poging om een vertaling te vinden voor ‘vermenging’ (artikel 5:15 BW) raadpleegde ik de grote Van Dale voor vertalers. Nu moeten de vertalingen van juridische termen in deze Van Dale met groot wantrouwen worden bekeken. Meestal is het op het eerste gezicht al duidelijk dat er iets niet klopt, want zo is het onderscheid tussen privaatrecht en strafrecht nog niet helemaal aangekomen bij de woordenboekmakers. Maar als je daar rekening mee houdt (en dus verder zoekt) kan het boek nuttig zijn want soms, een heel enkele keer, staat er iets in dat je verder brengt. Specification stond er achter vermenging. Verder zoeken dus, alleen in geen enkel eentalig Engels woordenboek vond ik een bevestiging want het hele woord stond er niet eens in. Zelfs niet iets dat er op leek.

En ineens viel het kwartje: dit was Latijn want eigenlijk stond hier specificatio! Good old Kaser-Wubbe bevestigde deze stelling en daar stonden ze: de Latijnse benamingen voor ons goederenrecht. Meer dan 2000 jaar oud, maar nog steeds van belang als aanvulling op het Engels. De lingua franca van vroeger als aanvulling op de moderne lingua franca.

Sindsdien vertaal ik, bij wijze van spreken, fluitend goederenrechtelijke documenten. Hypotheekaktes, pandaktes, huwelijkse voorwaarden, heerlijk. Deze Romeinsrechtelijke oplossing geeft richting aan het zoeken, doch dat neemt niet weg dat je altijd kritisch moet blijven. Maar er is in ieder geval geen reden voor paniek. Alles kan vertaald worden, en elk rechtsgebied vraagt een andere strategie. En de verschillen met de common law en het goederenrecht? Daar gaan we het een andere keer nog eens over hebben.

Antoinette Dop